andré simon

Voorzitter

De Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en de daaropvolgende immens geweldadige onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië (Bersiaptijd) heeft diepe wonden achtergelaten bij de Nederlands Indische gemeenschap. Bij velen van ons heb ik de nog steeds aanwezige ontzetting, geestelijke pijn en het verdriet gezien, dat deze verschrikkelijke gebeurtenissen voor hen met zich mee heeft gebracht. Het psychisch onvermogen om dit leed in hun dagelijks leven een plaats te kunnen geven, bracht in menig Indisch gezin hoge spanningen, veel onbegrip met zich mee.  Aan de andere kant riep het bij deze of gene een ongekende wilskracht en onbeteugelde motivatie naar boven. Hoe dan ook men wilde en zou ook slagen in de Nederlandse samenleving. Wie ben ik dan om aan al deze voor de Indische gemeenschap zo evidente levensaspecten voorbij te mogen gaan? 

peter heuperman

Secretaris

Eind vijftiger jaren naar Nederland gerepatrieerd en in Zuid-Limburg mijn vaderland gevonden. Mijn moederland is en blijft Indië of Indonesië zoals het nu heet.  Het Indië van mijn ouders en voorouders bestaat niet meer. En toch ben ik Indisch of Indo, een kind van een land dat niet meer bestaat.  Het wordt tijd, dat de Nederlandse samenleving gaat begrijpen wie wij zijn en daarmee ook hun eigen geschiedenis gaan begrijpen. Vierhonderd jaar koloniale geschiedenis kan men niet ontkennen.  Als Indische Nederlander heb ik er schoon genoeg van om steeds te moeten uitleggen, dat ik geen Indonesiër ben.  Ik heb Europees en Maleis bloed in mij. 

Om te beginnen wil ik me inzetten voor een Indiëmonument en herdenking in Zuid-Limburg, daarna de verbinding maken met de Nederlandse geschiedenis.  De vragende ogen van komende generaties hebben recht op eerlijke antwoorden.


Rick martherus Penningmeester

Geboren 15 oktober 1953 in Jakarta. In 1955 met mijn ouders met de boot, Johan van Oldenbarnevelt, naar Nederland gekomen. Contractpension in Valkenburg-Houthem:  Vue des Montagne. Daarna zijn we naar Stein verhuisd. Altijd veel respect gehad voor mijn ouders en hun generatie bedenkende dat zij van een tropisch land, waar zij en de meesten van hun lotgenoten mooi en in goede omstandigheden woonden, op een vrij jonge leeftijd in een koud land met andere (eet)gewoontes, hard werkend, een nieuw bestaan moesten opbouwen.

Goed opgeleid maar omdat diploma's niet werden erkend , onderaan moesten starten met hun nieuwe carrière.

Door onwetendheid van de Nederlanders hier werden zij vreemd bekeken terwijl zij ook gewoon Nederlandse burgers waren. Dit hebben zij zonder al te veel protest, (helaas) geaccepteerd .

Ben altijd zelf  geïnteresseerd geweest in mijn familiegeschiedenis. Ik heb zo'n  beetje het "familiearchief" van (oude) foto's. Daarnaast heb ik de stamboom gemaakt van Martherus / Rerimassie / Roso.  Ik vind het belangrijk dat de kennis over  Nederlands-Indië  meer  bekendheid krijgt bij mijn medeburgers  en zeker bij de 2e , 3e en 4e generaties  "Indo's". Deze onwetendheid over de oorlog in Nederlands-Indië / de Japanse bezetting en alles wat daaruit is voortgevloeid,  is voor mij een reden om actief een steentje te willen bijdragen aan de initiatiefgroep  "Waringin".

 

 

hub janssen

Geboren op 12 mei 1952, in 1979 gehuwd met een Indisch meisje. We hebben een zoon, dankzij mijn vrouw ook “Indo”. Ik ben een ras-totok, maar ergens in mij schuilt een Javaan. In 1983 ben ik voor de eerste keer naar Indonesië geweest, en ik ben daar aangestoken door het “vuur”. Ik ben er daarna nog vele malen geweest, en heb me in taal, cultuur, land en volk verdiept. E.e.a. heeft ook geleid tot een 28-jarig docentschap (Indonesisch) aan de Volksuniversiteit Eindhoven, dat ik om gezondheidsredenen helaas heb moeten afsluiten in september 2015. Ik heb dat een geweldige tijd gevonden, en ook vele mooie contacten aan overgehouden.

Intussen heb ik me ook verdiept in de achtergrond van de Indische Nederlanders, de Molukse kwestie, de koloniale tijd, de internering tijdens de laatste wereldoorlog, de problematiek rond de politionele acties, waarbij ik niet uit het oog verlies dat er wellicht van beide zijden verschrikkelijke dingen zijn gebeurd, maar dat er ook vanuit de Nederlandse regering absoluut verkeerde besluiten zijn genomen. Maar we zijn nu beter op de hoogte dan men toen überhaupt had kunnen zijn, dus ik ben voorzichtig met veroordelen. Vanuit huidig perspectief heb ik meer moeite met het feit dat het een onjuiste zaak is dat deze overheid zo moeilijk doet over ereschulden en achterstallige salarissen. ’n Schandvlek, bijna uniek in de wereld.

Met het oog op het feit dat het aantal mensen die de Tweede Wereldoorlog en de bersiap-periode hebben meegemaakt steeds kleiner wordt, rekening houdend met het feit dat deze groep in toenemende mate minder mobiel zal blijken te zijn, en de noodzaak dat de interesse van de jongere generaties wordt gewekt over een periode die zeer slecht is belicht in de Nederlandse geschiedenisboeken (de Japanners ontkennen hun verleden omdat die weinig glorieus is; wij staan klaar met het ons kenmerkende vingertje, maar de Nederlandse overheid is in dit opzicht niets beter) vind ik dat er een noodzaak is om in onze eigen regio een herdenkingsplek te hebben, waar ruimte is voor het overbrengen van de vreselijke op waarheid berustende oorlogsverhalen. Nog even en het is te laat.

Los van een en ander ben ik van mening dat de Tweede Wereldoorlog niet op 5 mei 1945, maar op 15 augustus van datzelfde jaar eindigde. Waarmee wat mij betreft de keuze voor de datum ook gemotiveerd is.